Een eerste evaluatie van het algemene smartphoneverbod op school

Gepubliceerd op 24 september 2026 om 20:15

Rapport: Een eerste evaluatie van de werking van het algemene smartphoneverbod in Vlaamse secundaire scholen: Zien we verschillen in het functioneren van leerlingen voor versus na het verbod?

In dit onderzoeksrapport presenteren we voor het eerst gegevens over de vraag of het smartphoneverbod echt veranderingen in het functioneren van leerlingen heeft teweeggebracht. Concreet vergelijken we de leerlingen vóór en na de invoering van het smartphoneverbod vanuit de overheid. We vergelijken bijvoorbeeld leerlingen die voor het verbod in het eerste middelbaar zaten met leerlingen die ná het verbod in het eerste middelbaar zaten. Als uit die vergelijking verschillen tussen leerlingen naar voor komen, kunnen we met enig vertrouwen stellen dat deze verschillen toe te schrijven zijn aan het smartphoneverbod zelf, eerder dan aan de leeftijd of het studiejaar van leerlingen. Om een zo zuiver mogelijke vergelijking uit te voeren focussen we ook op verschillen tussen het tweede semester voor het verbod en het tweede semester na het verbod.

Rapport Smartphoneverbod

PDF – 1,5 MB 2 downloads

Inhoudelijke take home boodschappen 

  1. Verminderd smartphonegebruik op school wordt thuis ingehaald. Sinds de invoering van het smartphoneverbod gebruiken leerlingen hun smartphone tijdens de schooluren minder, zowel in het algemeen als tijdens de pauzes. Opmerkelijk is dat 62% van de leerlingen aangeeft de smartphone wel eens stiekem te gebruiken. Buiten de schooluren gebruiken jongeren hun toestel meer, waardoor hun totale gebruik over een schooldag ongeveer gelijk blijft. Het gebruik lijkt dus te verschuiven naar momenten waarop het verbod niet geldt, eerder dan dat het gehele gebruik afneemt. 
  2. Iets betere naleving, maar minder draagvlak en meer druk. Leerlingen houden zich sinds de invoering van het verbod iets beter aan de smartphoneregels, maar staan er minder achter (minder eigenaarschap en vrijwillige motivatie) en zijn iets meer gedemotiveerd om ze te volgen. Tegelijk ervaren ze de communicatie van hun leerkrachten als iets dwingender en voelen ze zich minder ondersteund en begeleid om de regels effectief te kunnen volgen.  
  3. Als de motivatie onder druk staat, komt ook de duurzaamheid van het gedrag in het gedrang. De toename in dwingende communicatie en de afname in kwalitatieve motivatie bieden een verklaring voor het toegenomen smartphonegebruik buiten de schooluren. Als leerlingen minder achter de regels staan, ligt hun smartphonegebruik na school hoger. Hoe dwingender leerlingen de communicatie ervaren, hoe gedemotiveerder ze zijn om de regels te volgen, wat helpt verklaren waarom ze hun smartphone buiten school meer gebruiken. 
  4. Noch in de klas, noch tijdens de pauze zien we een verbetering in het functioneren van leerlingen. In de klas zien we geen verbetering in betrokkenheid en hun gevoel van autonomie, verbondenheid en competentie. De erg kleine verschillen die worden vastgesteld wijzen bovendien in de omgekeerde richting: leerlingen rapporteren iets meer afleiding tijdens de lessen. Verder is er geen verbetering in de voldoening die leerlingen halen uit de pauzes. Zo praten leerlingen niet in toegenomen mate met elkaar, terwijl de invoering van het verbod vaak wordt verdedigd met het argument dat jongeren dan meer met elkaar gaan praten. In plaats daarvan zien we dat jongeren iets vaker zitten te “niksen” en iets minder vaak schooltaken maken of studeren tijdens de pauze. Mogelijk speelt mee dat scholen de smartphone wel hebben geweerd, maar niet hebben geïnvesteerd in alternatieve activiteiten tijdens de vrije momenten. 
  5. Ook buiten school is geen verbetering merkbaar, eerder het omgekeerde. De vastgestelde, kleine verschillen wijzen opnieuw op een eerder ongunstige trend: sinds het verbod rapporteren leerlingen iets meer problematisch smartphonegebruik, iets meer cyberpesten en iets meer afleiding tijdens het studeren. Ondanks het meer problematisch gebruik nam het conflict met ouders niet toe. Ook de algemene mentale gezondheid van leerlingen gaat er niet op vooruit, een bevinding die in lijn ligt met de bredere literatuur. 
  6. Nood aan een ruimere aanpak. Naast de aandacht voor motivatie suggereren de resultaten ook een bredere nood aan mediawijsheid op school, waarbij leerlingen leren balans te vinden in hun smartphonegebruik en de risico's van overmatig gebruik leren inschatten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.